Wat kan het onderwijs leren van het nieuwe ‘Agile’ werken?; een interview met Feikje Dunnewijk, van ING

By the TEDxAmsED Content Creators - Apr 11th, 2017

Het bedrijfsleven is, in tegenstelling tot het klassieke onderwijs, constant onderhevig aan veranderingen, nieuwe methodes en trends. De nieuwste trend (ooit ontstaan in de ICT- branche), is het werken volgens de ‘ Agile-’ filosofie. Deze methode gooit de klassieke werkwijzen overboord en richt zich veel meer op het sneller inspelen op veranderingen, het nauw samenwerken van medewerkers met verschillende expertises, het opknippen van complexe projecten en te handzame stukjes, dichtbij de klant het vergroten van de zichtbaarheid en taakverdeling van werkzaamheden door het gebruik van ‘Scrum’ borden. Deze revolutionaire methode wordt niet alleen gebruikt in new-age bedrijven als Spotify, Google en Netflix, maar sinds 2015 heeft ook ING, als eerste bank, deze filosofie op de organisatie toegepast. Een ingrijpende verandering voor de bank en haar werknemers, maar zeker een succesvolle.

Maar zou deze methode ook toegepast kunnen worden op het onderwijs? Feikje Dunnewijk,
Verantwoordelijk voor HR beleid en ‘tooling’ op o.a. het gebied van organisatieontwikkeling (agile werken) bij de ING, denkt van wel. We spraken Feikje hierover en stelde haar de vraag: wat kan het onderwijs leren van jullie (nieuwe) manier van werken?

“Het werken in teams bestaand uit verschillende expertises zou ook heel goed kunnen werken in het onderwijs.”
De grootste verandering binnen onze organisatie is het werken in zogenaamde ‘squads,’ vertelt ze. Squads zijn kleine teams die zijn samengesteld uit medewerkers met ieder een eigen expertise, die samenwerken aan een gezamenlijke purpose. Waar vroeger iedereen op zijn eigen afdeling zat (marketing of CT) zit er nu van iedere expertise een of meerdere personen in een team. Zo bestaat een team bijvoorbeeld uit, marketeers (customer journey expert zoals wij ze noemen), IT developers, ieder met eigen specialismes. Zij werken zij aan zij in een ruimte, stellen samen doelen op en zijn met elkaar verantwoordelijk voor het eindproduct, maar zijn individueel ook verantwoordelijk voor hun eigen expertise. Zo kan er direct binnen het team getest worden (door de kennis van de individuele experts).

Dit zou ook makkelijk toe te passen zijn op het onderwijs, want stelt Feikje, waarom zouden scholieren alles even goed moeten kunnen, iedereen moet immers overal een voldoende voor halen. Kun je daarnaast niet beter kijken naar individuele kwaliteiten van de leerlingen en die versterken?

Zo kun je leerlingen in teams leren werken aan een gezamenlijk project, waarbij elk kind zijn of haar talent kan laten zien: stel groepjes op van leerlingen met diverse kwaliteiten: iemand die goed is in rekenen, iemand die een ster in taal is en een creatieveling die uitblinkt in tekenen: laat ze samenwerken aan een project waarin iedereen zijn eigen steentje kan bijdragen, iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen deel, maar ook goed kan zien wat de anderen doen, dan zal je zien dat ze floreren. De creatieveling zal los gaan, maar ook het rekenwonder en de talenknobbel kunnen nu hun talenten laten zien.

“ Hoe jonger kinderen zijn als ze hun eigen talent ontdekken, hoe beter ze hier in hun volwassen leven voor kunnen staan en zeggen: “hier ben ik goed in.’
Er kan in het onderwijs daarom, net als in het bedrijfsleven, meer naar de talenten van de individuele personen worden gekeken en mag hier de focus op komen te liggen. In het bedrijfsleven en zeker ook binnen de ING, wordt veel aandacht besteed aan learning o.a. door middel van een persoonlijk ontwikkelplan (om inzicht te geven in je eigen talenten), trainingen en uitwisselingen, zodat werknemers hun talenten verder kunnen ontplooien en continu kunnen groeien.

Nu zien we vaak dat volwassen zich nog niet zo bewust zijn van hun eigen talenten, maar
hoe jonger kinderen zijn als ze hun eigen talent ontdekken, hoe beter ze hier in hun volwassen leven voor kunnen staan en zeggen: “hier ben ik goed in.” Als je eenmaal inzicht hebt in je talent kun je veel effectiever werken aan het vergroten van dit talent en het beste uit jezelf kunnen halen. Hier ligt ook een belangrijke rol voor de scholen: leraren mogen veel meer een dienende rol krijgen om talenten van kinderen te ondersteunen.


“ Scrumboards geven direct helderheid en overzicht, wat ook voor kinderen goed werkt.”
Ook het gebruik van scrum boards, wat binnen ING in vrijwel elk team wordt gebruikt, zou een mooie toevoeging zijn binnen het onderwijs. Een scrum board is eigenlijk niks meer dan een bord waar alle taken met het gebruik van post-it’s van de ‘to do’, naar de ‘done-’ kolom moeten worden verschoven binnen een bepaald tijdsbestek. Er is een duidelijke taakverdeling en via het bord kan iedereen van het team precies zien wat er gedaan moet worden en gedaan is, waardoor de voortgang van een project duidelijk gevisualiseerd is.

Ook voor kinderen kan dit een fijne manier van werken zijn, denkt Feikje. Nu hebben ze niet altijd overzicht van wat er binnen een bepaald tijdsbestek van ze verwacht wordt. Terwijl de leraren goed weten dat leerlingen na een jaar een bepaald level behaald moeten hebben, bijvoorbeeld van rekenen. Door de lossen taken (klokkijken, tafels, hoofdrekenen, etc.) te visualiseren op een scrum bord, weet elk kind precies wat er van ze verwacht wordt en wanneer, én kunnen ze hun eigen voortgang bijhouden.

“Experimenteren klinkt spannend, maar als je het klein houdt, is eigenlijk de meest risicoloze manier van werken.”
Een ander voorbeeld van het agile werken wat Feikje aanhaalt is het werken door trial and error. Bij de ING is dit een veel gebruikte en succesvolle methode gebleken om op kleine schaal te experimenteren. Zo wordt een nieuwe app getest met bijvoorbeeld voor 100 klanten. Werkt het niet, dan probeer je het een maand later opnieuw met een aangepaste versie.
En wanneer je hiermee de omschakeling maakt naar educatie:

in het onderwijs wordt vaak een idee eerst volledig uitgewerkt voordat het uitgevoerd wordt, maar wat Feikje oppert is: “probeer het gewoon heel klein uit!”
Geef leraren de mogelijkheid om op hele kleine schaal (een groepje van een paar leerlingen uit een klas) iets nieuws te proberen, het nét even anders te doen. En kijk dan wat er gebeurt, wat werkt en wat werkt niet? Werkt het niet, dan is er geen man overboord; het is de meest risicoloze manier van werken, omdat je het zó klein houdt. Werkt het wel dan kan de methode voor de hele klas worden uitgerold. Dit geeft de leraar meer autonomie en ruimte voor creativiteit, maar leren de leerlingen ook mee te denken, feedback te geven en zien ze dat fouten maken niet erg is, maar juist leerzaam.

“ De wendbaarheid van de mens is cruciaal voor succes in de toekomst”
Al met al, stelt Feikje, is de wendbaarheid van de mens cruciaal voor succes in de toekomst. De vraag hierbij is: ben jij als mens in staat je aan te passen aan veranderende omstandigheden? Hier kunnen we dus ook in het onderwijs, niet vroeg genoeg mee beginnen. Wat dat betreft kan het onderwijs ook leren van het steeds veranderende bedrijfsleven en kunnen scholen veel dichter op de heersende trends inspelen.

« Previous - Next »